Democratische Republiek Congo, het blijft modderen

Langzaam kruipt de auto omhoog op de dirtroad. We hopen echt dat we niet terug hoeven naar Congo, want het is een heavy track. Na een half uurtje omhoog rijden zien we langs het track de grens aangegeven door een bamboe slagboom. Er staat een bordje bij met een pijl dat we eerst door moeten rijden voor de politie en douane. En inderdaad iets verderop zijn een paar kleine kantoortjes. Een vriendelijke politieman begint meteen met het invullen van de gegevens. Ook stuurt hij vast iemand om zijn chef te informeren dat er mensen zijn die de grens over willen. Als de paspoorten gestempeld zijn door de chef en de vaccinatieboekjes zorgvuldig zijn overgeschreven, kunnen we verder. Eigenlijk een stukje terug, want we moeten naar de bamboestok.
Het is gelukt! We zijn in de DRC zonder exitstempel van Congo! We zijn allevier opgelucht. Dat scheelt toch meer dan 6 uur rijden. Het is inmiddels 4 uur en we gaan vol goede moed op pad. Het is een fijn idee dat we met twee auto’s zijn. De DRC heeft geen positief reisadvies en daarnaast zijn er geen normale wegen. De ondergrond waarop we rijden is nog slechter dan slecht, je kunt het geen weg noemen, meer een smal track.
We rijden door hoog gras en het is moeilijk de weg te zien of te volgen.


De GPS kent deze route niet, we zijn dus afhankelijk van het kompas en het navragen bij lokale mensen.
De mensen zijn ontzettend vriendelijk en enthousiast. Er komen hier niet zoveel auto’s langs en zeker weinig toeristen. De douaneman vertelde dat ze in 2015 erg veel toeristen hadden gehad; wel 22 auto’s! Haha. Was het vanochtend nog 32 graden, hier is het heerlijk koel, maar 24 graden. Rond een uur of 5 beginnen we met het uitkijken naar een plek waar we vannacht kunnen kamperen. Het is niet makkelijk door de dichte begroeiing langs het track. Na een tijdje zien we een zijweggetje en Eef en Christine lopen het weggetje naar boven om te kijken of het wat is. Aan het eind staat een oud schooltje op een heuvel, het lijkt supergeschikt voor ons bushcamp. Heerlijk stil! Als we onze tent hebben opgezet, blijkt het iets minder stil. De eerste “gasten” komen kijken wat we aan’t doen zijn. Verderop is er kennelijk een dorpje en wij staan precies naast het pad dat naar deze mensen hun dorp leidt. De vrouwen zijn heel vrolijk en we hebben heel veel lol met elkaar.


Ze geven ons pinda’s die ze hebben geoogst, wij geven hen 2 zeepjes waar ze heel erg blij mee zijn. Dan lopen ze weer verder.
Een paar kinderen blijven achter. Heel apart dat ze geen afstand houden, maar het liefst op 50 centimeter van je vandaan gaan staan kijken. Nu hebben wij het voordeel dat ze vooral Guillaume erg interessant vinden in zijn rolstoel en dat wij dus even iets kunnen eten zonder hun oogjes op ons bord. Na het eten zijn we blij om naar bed te kunnen, het was een erg intensieve dag. We slapen allebei heerlijk, het is zo lekker koel en stil!
Vanochtend zijn we allemaal vroeg op en we rijden alweer om 7 uur. De gaten in de weg worden alleen maar dieper en dieper. Soms moeten we ze wel kruisen.
Ook zijn de wegen door de regen erg modderig geworden. Modder is te vergelijken met ijs, spekglad en als je in een spoor terecht komt dan is het moeilijk daar uit te komen. Er zijn hellingen van meer dan 20 procent, dus het is erg glibberig.
Het is soms best spannend, maar het lukt steeds weer om verder te komen. We rijden uren over deze heavy tracks. De natuur is erg mooi.
Soms horen we stemmen en zien we ineens kinderen naast de auto tussen het hoge gras staan.
We begrijpen niet hoe de mensen kunnen leven in de dorpjes waar we doorheen komen. Er is hier werkelijk niets, zo geïsoleerd. Toch zijn ze erg vrolijk en enthousiast om ons te zien.

We moeten allemaal riviertjes (en rivieren) kruisen en vlak voor en vlak na het bruggetje is het veelal onbegaanbaar. De modder is zo diep dat je tegen de betonnen rand van de brug aan zit als je erop wilt rijden.

Christine heeft zandladders op het dak liggen, die we gebruiken om het slechte stuk te overbruggen.

Na 4 uur rijden hebben we pas 30 kilometer afgelegd! Het is met recht buffelen, maar ook verschrikkelijk gaaf. Voor we vertrokken vertelden we dat in dit deel van Afrika hele slechte of geen wegen zijn. Tot nu toe viel het echter reuze mee. Nu is het echter heftiger dan we ons hebben kunnen voorstellen. We zijn benieuwd hoe ver we zullen komen vandaag.
Op een bepaald moment pikt ineens de GPS de route weer op en het track wordt ook wat breder en beter.
Aan het eind van de middag zien we in de verte de Congo rivier.
Als we aankomen in het dorp Luozi rijden we eerst even naar een douanepost om ons carnet te laten stempelen, dat konden ze aan de grens niet doen namelijk. Dan gauw door naar de katholieke missiepost, want we hebben allemaal behoefte om te stoppen. We parkeren op het binnenterrein, waar we een badkamer van een gastenkamer mogen gebruiken. Elektriciteit hebben ze hier niet, alleen van 8 tot 10 ‘s avonds gaat de generator aan. Het is erg warm, dus we gaan in een lege garage zitten in de schaduw. Even lekker eten en rustig zitten. We voelen ons vies, dus voor we naar bed gaan nog onder de koude douche. Dat is zooooo heerlijk! Slapen is niet moeilijk, want een spannende dag als deze kost veel energie.
Als we wakker worden staan er twee jongens bij de tent die een vis laten zien die ze gevangen hebben in de rivier. Ze hopen dat we hem willen kopen. Het is nog vroeg. We gaan vandaag met de pont naar de overkant van de Congo rivier. Als we bij het vertrekpunt van de pont aankomen, staan er al 4 auto’s, een vrachtwagen en heel veel mensen voor ons.
Op de pont kunnen 4 auto’s per keer of één vrachtauto met 2 auto’s. Zo zijn wij dus de 2e vaart, samen met de vrachtwagen. Om 8 uur vertrekt de eerste boot, hij is afgeladen met mensen. Op het strand zitten kindertjes te spelen in het zand.

We zien een jongen met brede tie-wraps op z’n brommer. We hebben zulke tie-wraps nodig om het zonnepaneel beter op te kunnen hangen in de auto. Dus Eef gaat op de brommer met hem terug naar het dorp om een aantal te kopen. Ze is een enorme bezienswaardigheid in het dorp.
De pont doet er een half uur over om aan de overkant te komen, dan afladen en opladen en weer een half uur terug. Rond half 10 zien we hem weer terug en er komt zelfs een man met twee koeien af.
We denken nu te vertrekken, maar wat blijkt: de bootsmannen hebben pauze tot elf uur. Het is erg warm, dus we zoeken een plekje in de schaduw. Om 11 uur gaat de slagboom open en kunnen we gaan. Het stuk weg naar de pont is een drama. Eerst gaat de vrachtwagen. Op dat moment komt er een oud bakkie aan en die wil zo achter de vrachtwagen aanrijden naar de pont. Dat zou inhouden dat één van ons er niet op kan en de volgende ferry gaat pas om half 3 ‘s middags. Mooi niet denkt Co en hij rijdt de man klem. De man probeert er toch tussen te komen, maar Christine zorgt ervoor dat ze stukje voor stukje achter Co aangaat. Co blijft de man wegdrukken, zodat hij geen kans ziet om er omheen te gaan. Pfff gelukt, we rijden door het water de pont op.

De passagiers moeten door het water waden om er te komen. Gelukkig passen we er allebei op en we zwaaien uitbundig naar de andere auto die nu mag wachten (net als wij de hele ochtend hebben gedaan). Hij had waarschijnlijk niet op zulke assertieve toeristen gerekend.




We vragen hoelang de weg is naar de grote weg tussen Kinshasa en Matadi. Het is 95 kilometer dirtroad en de lokale mensen zeggen dat je er 2 uur over doet. Klinkt goed! Maar te vroeg gejuicht natuurlijk. Er zitten verschrikkelijk slechte stukken in de weg en we doen er dus ruim 4 uur over.
Waarschijnlijk gingen de lokale mensen uit van een brommer! Het merendeel van de weg is droog met diepe gaten en steile hellingen. Af en toe zijn er natte modderige stukken.
We doen veel ervaring op met deze wegen en onze 4WDtrainingen komen goed van pas. We komen vrachtwagens tegen waarop allerlei mensen zitten.

Als we eenmaal op de asfaltweg zijn, gaat het rijden een stuk vlotter. Ook op deze weg zitten de mensen bovenop auto’s en vrachtwagens. Zelfs tussen de vrachtwagen en de oplegger zien we mensen zitten, echt levensgevaarlijk.
We rijden in anderhalf uur naar Matadi. Het is nog maar 2 kilometer naar ons slaapadres. Maar wat een rotzooi en zo druk met mensen en auto’s dat we er nog een half uur over doen om bij de missiepost aan te komen. De zusters ontvangen ons vriendelijk en we mogen voor het gebouw staan. Een mooie plek en na het eten kruipen we in bed. De hele nacht is er harde muziek in de buurt, maar Co is zo moe dat hij overal doorheen slaapt.
Vandaag is het zondag en we horen de zusters al vroeg zingen voor de mis. Wij blijven nog even liggen. Zo lekker om niet te hoeven reizen vandaag. We ruimen eerst de auto op en ontbijten op ons gemak. Tijdens de koffie schrijven we motivatiebrieven voor het Angolese Consulaat. Daarna gaat Eef met met Christine op pad om kopieën te maken en de brieven uit te printen, zodat we morgenvroeg de aanvraag voor het visum kunnen doen. We lopen stad en land af om op zondag een plek te vinden waar dit kan. De mensen zijn erg hulpvaardig, zo maakt een jongen zijn internetcafé voor ons open zodat we kunnen printen. Hij vraagt vervolgens wel de hoofdprijs voor 8 documenten. Christine heeft dollars nodig en er blijkt een ATM die USD geeft. Handig! Uiteindelijk zijn we zover gelopen dat we een taxi terugnemen. Dat is 50 eurocent per persoon, daar kun je niet voor lopen. Als we vlak bij de zusters uitstappen, barst de hemel los. In een paar minuten tijd zijn we drijfnat, maar het koelt wel heerlijk af. We kopen snel wat brood en gaan lekker lunchen. De middag is ontspannen, af en toe valt er een bui en dan zitten we droog op de overdekte veranda. Heerlijk om wat meer de tijd te hebben om te koken, de afgelopen dagen kwamen we steeds zo laat aan dat het allemaal snel moest om voor het donker klaar te zijn.
Als we opstaan, horen we ineens allemaal kinderstemmetjes. Bij de nonnen blijkt een aantal scholen te zijn; van hele kleine kindertjes tot pubers. Ze komen allemaal langs onze tent, dat zien ze niet iedere dag! Op de binnenplaats verzamelen de peuters en kleuters. Een enthousiaste juf doet een liedje met hen waarbij ze allemaal dieren nadoen. Daarna gaan ze heel gedisciplineerd in rijtjes staan.

Naast onze tent is een soort bordes, waar alle kindertjes komen te zitten. Co gaat er voor de grap tussen zitten, de kindertjes kijken hem met grote ogen aan.


De juf vraagt wat voor kleur wij hebben: wit. En dan volgt in koor: Bonjour les Blanc! en wij antwoorden: Bonjour les Noir! We zijn allemaal Afrikanen, alleen met een wat verschillende kleur…. Dan wandelen we op ons gemak naar het Consulaat. We zijn er iets voor 9 uur, maar we moeten tot kwart voor 10 wachten voor we naar binnen mogen. Om een lang verhaal kort te maken: we kunnen alleen een transitvisum voor 5 dagen krijgen. We leveren al onze kopieën in (38 per persoon!) en we wachten, we vullen formulieren in en we wachten. Dan moeten Eef en Christine met de taxi heen en weer naar de bank om te betalen. Uiteindelijk als we dat betalingsbewijs inleveren zijn we ruim 3 uur verder als we te horen krijgen dat het visum woensdagmiddag om 2 uur klaar zal liggen! Daar zijn we blij mee, want het is niet makkelijk om een visum voor Angola te krijgen. We lopen terug naar de tent om te lunchen. Daarna lopen we de stad in om een internetcafé te zoeken, we zijn erg achter met het posten van ons blog. Het zou fijn zijn als we ons verhaal over Gabon erop kunnen zetten. We lopen van hot naar her, maar alle internetcafés blijken geen internet te hebben. Je kunt er wel een computer gebruiken. Als we bij nummer 5 naar binnenlopen zijn we helemaal blij dat ze daar wel verbinding hebben. Maar helaas, het is zo verschrikkelijk traag dat we niet eens ons blog kunnen openen. We zijn het zat, morgen maar weer proberen.

Het is vandaag dinsdag 16 Februari. De batterij van ons klokje in de tent heeft het begeven, dus we weten niet hoe laat het is en we gaan eruit. Het blijkt pas 6.15 uur, maakt niet uit het is al helemaal licht. Na het ontbijt rijden we naar het benzinestation. We tanken en bij het afrekenen blijkt dat een aantal van onze dollarbiljetten een minuscuul scheurtje heeft en ze weigeren de biljetten pertinent. Een hoop gedoe, want 1 dollarbiljetten (waar wij er heel veel van hebben) willen ze ook niet.
Als je ziet hoe vies en verfrommeld de lokale DRC biljetten zijn, dan denk je man wat doe je moeilijk. Na het tanken gaan we op zoek naar een carwash. De auto zit onder de modder en het zou heerlijk zijn als hij weer lekker schoon was. Alle hogedrukspuiten zijn echter overal kapot, maar uiteindelijk vinden we vlakbij ons slaapadres een plek waar ze het met een tuinslang doen.
De man heeft veel werk aan onze auto en na een uurtje ligt er een berg rode modder op de stoep. We moeten even naar de bank om de 1 dollar biljetten om te wisselen voor 10 dollar. We vragen bij een paar hotels naar internet, maar overal zijn er problemen met de verbinding. En de zogenaamde cybercafe’s hebben niet genoeg geld om een aansluiting te kunnen betalen. De straten zijn helemaal stuk en chaotisch. We zien een paar kleine ‘supermarkten’ , maar het trekt ons niet daar iets te kopen. We houden het voor gezien en gaan terug naar onze zusters om de tent weer op te zetten. We redden het nog wel een paar dagen met onze voorraad. Verder een rustige dag en niet meer de “stad” in.
Woensdagochtend is een hangerige ochtend, omdat het megawarm is. Om 2 uur wandelen we op ons gemak naar het consulaat. Jippie! We hebben ons visum voor Angola, dus morgen kunnen we op pad. ‘s Nachts begint het enorm te onweren en bakken regen vallen op onze tent. Het koelt heerlijk af daardoor.
Donderdagochtend, we zijn allemaal blij dat we Matadi kunnen verlaten vandaag. De nonnen hebben vers brood geregeld voor ons, zodat we vroeg kunnen wegrijden. We nemen een kleine grensovergang 5 kilometer buiten Matadi, omdat we de ervaring hebben dat het bij een kleine post allemaal wat makkelijker gaat. Helaas dat is dit keer niet het geval, want we zijn zo vroeg dat degenen met de stempels nog niet aanwezig zijn. Pff zonde van de tijd, maar ja er zit niets anders op dan te wachten. Ondertussen wisselen we wat dollars voor Angolees geld op de zwarte markt. We krijgen hier het dubbele van wat we bij de bank zouden krijgen! Na een uurtje kunnen we verder en met het zicht op de Congo rivier, nemen we afscheid van de DRC.


Adieu DRC!

Voor meer foto’s zie map 60. DRC in de gallery.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen