Nigeria; chaotische tafrelen & relaxen in het regenwoud

De controlepost aan de grens is wat onduidelijk. De politieman heeft geen uniform aan en hij heeft ook geen stempel. Hij is pas net op het werk, hij vertelt dat hij zijn vrouw eerst even weg moest brengen. Hij vraagt of we het ok vinden om naar het kantoor zo’n 5 kilometer verderop te rijden. Daar is ook een douanepost voor het stempelen van het carnet. Prima! Als we Nigeria binnenrijden is het een totaal ander aanblik dan Benin. Een smalle zandweg met heel veel bobbels en kuilen.
We rijden in de aangewezen richting en inderdaad zijn de kantoren daar. We krijgen snel onze stempels en rijden weer terug naar de ‘hoofd’weg om onze weg te vervolgen naar Abeokuta. We voelen ons allebei al veel meer ontspannen. Na 100 meter hebben we onze eerste politiecontrole en 150 meter verderop de tweede. We vermoeden dat het er heel veel gaan worden vandaag, dus we gaan ze tellen. Als we worden aangehouden, gaat dat met veel machtsvertoon. In het begin loopt het contact wat stroef, maar na 5 tot 10 minuten praten en vragen zijn we meestal dikke vrienden. Een politieman wil zelfs met Co op de foto voor de auto. Dan is het ijs gebroken en mogen we verder. Bij controlepost 6 is een douanebeambte wiens vrouw ook Evelyn heet. Hij belt haar meteen op en Eef krijgt de telefoon in haar handen gedrukt om even met haar te babbelen. Grappig! Bij controlepost 12 gaat het bijna mis. Co moet aan de kant en hij draait de kant in, maar omdat hij niet te ver wil draait hij iets terug richting de politieman. Deze grijpt meteen zijn geweer en in de aanslag. We schrikken ons rot! Gelukkig met even praten is alles weer goed en we kunnen na 5 minuten verder. Na 22 controles komen we aan in Abeokuta. We hebben dan over 90 km 4 uur gedaan! Het is best pittig hoor, iedere keer weer je opladen om vrolijk en leuk te praten, grapjes te verzinnen en soms onzinnige formulieren in te vullen. Maar het lukt ons nog steeds om niet te betalen. Dit in tegenstelling tot de lokale bevolking die iedere keer de pineut zijn en niet verder mogen voor ze wat geld gegeven hebben. Toch veroorzaken ze het meestal zelf doordat hun papieren of auto niet in orde zijn, en ze dat dus afkopen op die manier. In Abeokuta zijn wegwerkzaamheden. We rijden over een markt en allerlei mensen gebaren dat we terug moeten, omdat er geen weg is.

Co probeert toch verder te komen. Uiteindelijk lukt het hem om tegen een talud met allemaal bouwmaterialen op te rijden en weer op de gewone weg te komen. Je hebt een 4WD of je hebt hem niet! De weg wordt daarna een stuk beter. We rijden via Shagamu en komen om 5 uur aan in Ijebu-ode. We zoeken waar het huis van de professor is. Co rijdt dwars over de markt, gezellig!
Als we het huis hebben gevonden,  komen er allerlei mannen, vrouwen en kinderen naar ons toe. De ontvangst is allerhartelijkst. Ze blijken allemaal op deze compound te wonen. Pieter en Chichi maken snel de gastenkamer voor ons klaar. Wij slapen liever in onze tent, maar gebruiken wel de badkamer. We gaan eerst even geld halen en na het douchen wandelen we naar een hotel in de buurt om een hapje te eten en even de Wifi te gebruiken. We hebben een voldaan gevoel over onze eerste dag in Nigeria.
Het is nog donker als we vanochtend om 6 uur opstaan. We zijn vroeg, want we weten niet wat er voor ons ligt. We zwaaien gedag en vertrekken. Het stukje door de stad gaat vlot, er is nog niet zoveel verkeer. De eerste 100 kilometer zijn vreselijk. Het is een vierbaansweg met aan elke zijde 2 banen en in het midden gescheiden door een hoge betonnen vangrails.
Er zitten grote gaten in de weg. De auto’s en de vrachtwagens dweilen van links naar rechts. Langs de weg staan honderden auto-en vrachtwagenwrakken en ook zien we veel wagens die pech hebben en wachten op reparatie.
Als er een opening in de betonnen vangrails is en de weg is aan jouw kant slecht dan ga je gewoon aan de andere kant rijden! Oftewel regelmatig hebben we spookrijders in onze richting.
Levensgevaarlijk! Het is een megaklus voor Co om alle gaten te omzeilen, auto’s die ons links en rechts inhalen in de gaten te houden en dan ook nog de spookrijders. Soms is er ineens geen asfalt meer en rijden we in zand met gaten en heuvels. Het duurt de hele ochtend. Opeens staat er een auto met pech midden op de weg, we kunnen hem nog net omzeilen.
Behalve de weg kosten ook de alle controles veel tijd. We zijn een interessant object voor de politie, verkeerspolitie en militaire politie. We zijn blij dat we het visitekaartje van Professor Kogbe hebben. Nadat we de eerste paar vragen beantwoord hebben, drukt Eef het kaartje onder de neus van de politiemannen en zegt dat we onderweg zijn naar onze vriend die ons in Nigeria uitgenodigd heeft. Zodra ze het kaartje lezen, mogen we verder!
Het is wel vreemd dat we erg slecht zicht hebben, de lucht lijkt erg vervuild. We komen de rivier de Niger tegen, waar we ook in Mali aan hebben gestaan.
Dan komen we aan in Owerri. Een enorm drukke en vieze stad. Er rijden barstens veel tuk tuk’s die ons erg aan Indonesië doen denken. We proberen er snel doorheen te rijden, maar dat is een illusie. De taxi’s kruipen als mieren om ons heen en het kost veel tijd om door het centrum heen te komen. Het voelt er ook helemaal niet veilig. Glimlach.
We zoeken de Anglicaanse kerk, waar we kunnen slapen volgens professor Kogbe. Helaas zijn we bij de verkeerde kerk, we blijken al in een volgend plaatsje te zijn. Een dominee moet net Owerri in en brengt ons alsnog naar de juiste plaats. Daar ontmoeten we Reverend Chris die met ons meewandelt naar het guesthouse op de Anglicaanse compound. De dame in charge wil echter dat we in een kamer slapen en niet in onze tent. Wij zien dat niet zitten en we rijden dus weer terug naar de eerste dominee. Een leuke vrouw met de naam Treasure ontvangt ons uiterst vriendelijk op die compound en we mogen in haar achtertuin staan. We staan gezellig tussen geitjes, kippen en een grote kalkoen. Na het eten gaan we meteen naar bed, we zijn gesloopt-  wat een vermoeiende dag. We liggen net in bed als de generator aangaat. Ze blijken hier maar een half uur per dag elektriciteit te hebben Wat een takkeherrie maakt de generator! Gelukkig slaat hij om 12 uur af. Dat is een verademing! Maar niet lang want een kleinere generator die pal naast onze tent staat, gaat aan. Verschrikkelijk balen. Maar we zijn zo moe dat we toch in slaap vallen om weer wakker te worden als de generator om 3 uur ‘s nachts ophoudt. Dan is het moeilijk in slaap te vallen met die stilte.
Ons ritme zit er goed in, dus we rijden weer om 7 uur weg. We prijzen Treasure dat ze een goede Christen is om ons zo te helpen. Zij voelt zich echter bezwaard dat we niet bij haar hebben geslapen en dat ze ons geen maaltijd heeft aangeboden. Wat een schatje! We geven haar een dikke hug. We hoeven veel minder ver vandaag, zo’n 240 kilometer. De weg is echter nog beroerder dan gisteren, dus we komen heel traag vooruit.
Naast de weg is het behoorlijk diep en voor ons gaat er een vrachtwagen met grind op zijn kant.
We doen er 6 uur over om in Calabar aan te komen. Het is een totaal andere stad dan we tot nu toe in Nigeria zagen. Een veel fijnere atmosfeer, brede straten met mooie bomen en verzorgd. Om 1 uur zijn we bij de ambassade van Kameroen. Twee vriendelijke dames staan ons te woord. We krijgen allemaal tips over de route in Kameroen en binnen een half uur staan we weer buiten met onze visa. Zij hebben het uitgangspunt dat je een toerist geen moeilijke dingen moet vragen en snel moet helpen. Heerlijk toch! Dank je wel Kameroen, jullie begrijpen het. We lunchen even op de stoep van de Ambassade en gaan op zoek naar een slaapplaats. We willen morgen naar Afi Mountain Drill Ranch, een apenopvang in een natuurpark. Volgens de mevrouw van de ambassade is er een dependance in Calabar. We zoeken even en komen dan inderdaad aan bij de Calabar Drill Ranch. We krijgen informatie over Afi Mountain en we vragen of we misschien vannacht op hun terrein mogen kamperen. Na enig overleg is dat toegestaan en we kamperen vanavond dus tussen de apen. Het is een aparte plek, middenin de stad is een klein groen plukje!




De stichting heet Pandrillus en is door Amerikanen opgericht. Belangrijkste doel is te voorkomen dat de drills uitsterven, door een rehabilitatie- en fokprogramma. Het gebied waar drills leven is nog maar 40.000 km2 (kleiner dan Zwitserland) en dat gebied wordt steeds kleiner doordat regenwoud wordt omgezaagd door illegale houtbedrijven en er steeds meer boerderijen en dorpjes komen. De grootste bedreiging echter zijn de jagers die hele groepen drills afschieten en het vlees van de drills verkopen. Het vlees gaat veelal naar Europa, China en Amerika, via criminele organisaties. Afschuwelijk idee. De stichter van Pandrillus heet Peter Jenkins en hij is een interessante man, die al 30 jaar in Nigeria woont. We brengen de rest van de tijd met hem door en vragen honderduit over Nigeria. Eén van de vragen die we stellen is waarom de lucht zo vervuild is in Nigeria. Het blijkt de tijd van de harmattan, een wind die vanuit de Sahara waait waardoor de lucht vol is met fijn poederzand. Als Co in het donker met de zaklamp omhoog schijnt, zien we inderdaad hoeveel zand erin de lucht zit.
Het voordeel van deze tijd is dat de luchtvochtigheid een stuk lager is en de nachten zelfs fris. Dat was al voelbaar gister. We slapen heerlijk!
Het geluid van de apen rondom ons wekt ons vanochtend, heerlijk wakker worden dus! Volgens Peter is het 7 uur rijden naar Afi Mountain Drill Reserve. Wij tellen altijd 2 uur op bij wat mensen zeggen, omdat we het rustig aandoen en ook koffiedrinken en lunchen onderweg. We gaan dus vroeg op pad. Eerst trekken we nog wat geld en tanken de auto weer vol met diesel. Tegen de tijd dat we Calabar verlaten, is het 8 uur. Net buiten de plaats staan jongens langs de weg bushmeat te verkopen. We stoppen even om te kijken wat het is.
Behalve bushratten zijn er ook verschillende porcupines. Afschuwelijk, maar ze zijn er reuzetrots op. De weg is erg slecht en het is vermoeiend rijden. We rijden liever off road dan een weg als deze, waar je om de 100 meter moet afremmen omdat er opeens geen weg is en continu alle gaten moet ontwijken. Co is behendig in het kiezen van de juiste route door deze hindernissen. We schieten in de lach als we een man met een kist achterop zien langskomen. We zijn benieuwd of er iemand in ligt.
Onderweg kopen we nog wat brood bij een kraampje. In Ikom zien we een klein supermarktje waar we wat boodschappen doen. De eigenaar is helemaal enthousiast om dingen te laten zien die hij verkoopt; een pakje shortbread kunnen we inderdaad niet weerstaan! We hebben erg veel bekijks. Hoogste tijd voor een broodje. We stoppen langs de weg en we hebben het brood nog niet gesmeerd of er staan al allerlei mensen om ons heen. Eén van de jongens zegt “sharing is caring” en hij probeert wat brood te pakken. Co tikt hem meteen op zijn hand en zegt afblijven, anders krijg je problemen met me. We hebben genoeg gedeeld hier in Nigeria, nu even niet. Hij druipt meteen af. We geven vaak eten weg, maar iemand die het eist dat gaat toch wat te ver. We vervolgen de weg richting Obudu. Na 68 kilometer net voor het dorpje Wula slaan we af. Het blijkt een mooie nieuwe asfaltweg, die nog niet klaar is en dus algauw een dirtroad wordt.

We passeren enkele dorpjes en de mensen zwaaien vriendelijk. Soms gaan we over het erf van de mensen en moeten ze wat aan de kant zetten, zodat we er langs kunnen.
Ineens staat er een brommer langs de weg met 2 mannen erop, die druk zwaaien en gebaren dat we ze moeten volgen. Daar hebben we niet zo zin in, dus we gaan onze eigen weg. Toch staan ze steeds weer te zwaaien waar we heen moeten. Op een gegeven ogenblik staan ze even stil en Co gaat er snel om heen. Het pad is wat vlakker en we raken ze wat kwijt, maar ze halen ons wel weer in. We passeren kleine watertjes, soms over planken.

Het is een schitterende route dwars door het regenwoud.
Als we bij het kamp aankomen staan de 2 mannen bij de slagboom en met een brede grijns openen ze de slagboom voor ons. Wat blijkt: van het kamp wisten ze dat we zouden komen en deze 2 mannen waren er op uit gestuurd om ons de weg te wijzen. Haha, grote hilariteit en de mannen vertellen aan de kampleiding hoe wij probeerden te ontvluchten aan hen. We zetten de tent op en gaan lekker douchen in de buitendouche. Ook op het toilet en in de woonkeuken zit je met uitzicht.


Daarna genieten we van een biefstukje, die we nog uit Spanje hebben. Toe een overheerlijke ananas; life is great!
We praten nog even met Zack en Sheila, twee Amerikaanse vrijwilligers die een jaar hier werken. Dan naar bed, we zijn allebei moe. Het reizen is inspannend door de staat van de wegen en de vele controles enzo, maar wat genieten we. Hier is het gewoonweg paradijs. ‘s Nachts is het heerlijk fris, voor het eerst in weken gebruiken we weer een dekbed.
Als we wakker worden, is de temperatuur 17 graden! Heerlijk, en dan de geluiden van de drills en de chimpansees. Wat een voorrecht hier te slapen en met deze geluiden wakker te worden. De campmanager Innocent gaat met ons op stap vandaag. Iedere dag koopt Afi veel fruit op in de omliggende dorpjes.
Met twee kruiwagens vol lopen we naar de plek waar een groep drills leven. Het is een schitterende plek, ze zitten in hoge bomen maar zodra ze de kruiwagens zien komen ze snel tevoorschijn.

De verzorger kent ze allemaal bij naam, terwijl het er 210 zijn! Eerst krijgen de moeders met babies wat extra voeding.
Dan gaan de verzorgers met de kruiwagens door het hek naar de groep. Wat een chaos, ze stormen allemaal op het eten af. Fantastisch gezicht!
De drills zijn erg mooie apen om te zien, vooral de mannetjes. Ze hebben een mooie kop en felle kleuren op hun kont. Hoe mooier de kleuren, hoe hoger in de hiërarchie.




We staan een tijd te kijken tot iedereen gegeten heeft en ze zich terugtrekken in het regenwoud. Helemaal leeg, geen aap meer te bekennen! Zoals ze hier leven is één stap verwijderd van vrijheid. In mei vorig jaar zijn deze drills losgelaten met de bedoeling dat ze op de berg zouden gaan leven. Helaas is dat niet gelukt, de meesten wilden niet weg en degene die wel gingen waren binnen een week weer terug of moesten van omliggende boerderijen afgehaald worden om dat ze daar op zoek waren naar eten. We wandelen met Innocent door het regenwoud naar de plek waar de chimpansees wonen. Dit is puur opvang van (soms beschadigde) dieren, die nooit uitgezet zullen kunnen worden.

Wat een schitterende en leuke dieren. Ze zijn zo grappig en zo menselijk in hun gedrag. Hier kunnen de verzorgers niet naar binnen, de chimps zijn te slim en te sterk. Dus het eten wordt naar hun toegegooid en ze vangen het uit de lucht.

Innocent heeft veel verhalen en is plezierig om mee te praten. Zodra de chimps klaar zijn met eten, verdwijnen ze in het dichte regenwoud en zijn ze niet meer te zien.
Wij wandelen om hun gebied heen, zo’n 1,5 kilometer. Pablo, één van de chimps, loopt aan de andere kant van het gaas met ons mee.
Onderweg zien we enorm veel vlinders. Terug bij het kamp hebben we even een break. We eten een broodje en relaxen wat. Dan gaan we weer op stap met Innocent.
Hij laat ons een ander deel van het terrein zien en legt uit over de bomen die we tegen komen. We zien ook het nest van een vliegende eekhoorn. Het ligt er vol met vleugels van vlinders en insecten.
In 2012 is het gebed getroffen door een enorme landslide, die veel van de natuur vernietigd heeft. Ook de canopytour die hoog tussen de bomen was gemaakt, is gedeeltelijk verloren gegaan. We wandelen de paar platforms die nog over zijn, het is erg oud en gammel – Eef moet zich enigszins vermannen om op 50 meter hoogte te lopen.

Op de terugweg laat Innocent de andere groepen drills zien. Sommige hebben weinig bomen en schaduw, zodra er nieuwe sponsors zijn gevonden zullen ze hun gebied met dichter regenwoud uitbreiden. Aan het eind van de middag zijn we terug bij de open keuken/leefruimte. Het is heerlijk relaxen in deze mooie omgeving!
Vanochtend nemen we afscheid van iedereen en we beloven om hun website op ons blog te vermelden www.pandrillus.org Ze hebben altijd behoefte aan vrijwilligers die zich langere tijd aan het project willen verbinden en zoeken vooral sponsors om de vele plannen die ze hebben tot uitvoer te kunnen brengen. We hebben kunnen zien dat het geld goed besteed wordt! We rijden dezelfde weg terug tot aan Ikom en slaan dan af naar de grens. Helaas zijn de bergen bijna niet zichtbaar.
Peter had ons gewaarschuwd dat de Nigeriaanse kant van de grens bewerkelijk zou zijn. Het gaat echter allemaal soepel. We moeten allerlei formulieren invullen bij verschillende controleposten en dat kost wel veel tijd. Een uurtje later rijden we over de brug Nigeria uit. We zijn blij dat we geen nare ervaringen hebben opgedaan in Nigeria en er heelhuids zijn doorgekomen. De afsluiting bij Afi Mountain was fantastisch, ons hoogtepunt in Nigeria!

Bye bye Nigeria!


Voor meer foto’s zie map 56. Nigeria in de gallery.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen